maandag 19 augustus 2013

Geert aan zee

Ooit was er een tijd dat ik nog een kindje was, laat ons zeggen zo van een jaar of 9. Het was gebruikelijk dat onze ouders een appartement aan zee huurden tijdens de grote vakantie. Voor een volle maand! Dat zou nu ondenkbaar en onbetaalbaar zijn voor een groot gezin van twee schoolmeesterkes.
Mijn al dan niet mooie herinneringen situeren zich dus in 1960 in de toenmalige onbenullige badstad Mariakerke. Het was een heel eind stappen naar het strand, en er moest wat meegesleurd worden. “Elk zijn gerief” was het motto. En de oudste van de kinderen, ik dus, had het voorrecht om, afwisselend met de papa, dat verdomde windzeil mee te sleuren.
Eens op het strand beland was het mijn plicht om samen met de pa die puntige stokken van dat ding de grond in te drijven met een houten hamer. Maar daarna begon de pret. De drie zussen die na mij kwamen waren druk bezig om een kraam in te richten teneinde hun papieren bloemen met woekerwinst te verkopen voor emmerkes vol schelpen.
Zelf had ik het geluk daar een kameraad te ontdekken. Tim, volledig goedgekeurd door mijn ouders, want het was de zoon van onze edelachtbare huisdokter, Dr Roelens uit Astene.
Reeds des morgens stond hij tussen zijn tanden te fluiten aan het appartement. Nog steeds benijd ik hem voor dat indringende geluid, een eigenschap die ik graag zou hebben als supporter van Essevee. Het was onze eerste taak van de dag: brood gaan kopen in de enige bakkerij: “Au Pain Doré”. Vrouwspersonen die wij als “oude wijven” bestempelden staken ons minachtend voorbij en bestelden in het Frans. Desalniettemin brachten we het verwachte ontbijt thuis.
En vervolgens mocht ik met Tim… mijn eigen weg gaan. Ah ja, zoon van den dokter, die misdoen toch niet? Wel, het was ne sjarel. Ik zal nu voor het eerst opbiechten dat ik, uiteraard onder zijn impuls, een zakje spekken gestolen heb. Maar voor de rest was ons grootste amusement: vliegeren! Door intense samenwerking en steeds die stokskes aanpassen ging onze vlieger het hoogst van allemaal!
Maar toen ik weer aan het appartement kwam… Géén zandkorrel mocht daar zijn intrede doen. Met een keiharde borstel werden de beentjes afgeschraapt door ons moeke.
Maar mijn absolute hoogtepunt was toch wel: Torck op den dijk. We mochten daar racen met de koersautokes van Torck. Met pedalen wel te verstaan. En ik won toch wel mijn reeks zeker. De prijs: een vlieger…
Nostalgie, veroorzaakt door Filip Van den Poel…



donderdag 25 juli 2013

Voornaam

Dus is the Royal Baby een George geworden. Zelf zou ik voor een Henry gekozen hebben, en wel wegens mijn Shakespeare fanship, Henry V, Act 4, Scene 2, het deel van de toespraak dat begint met:
 “He that outlives this day and comes safe home
Will stand a tiptoe when this day is nam’d
And rouse him at the name of Crispian”
In feite ben ik van kindsbeen af gefascineerd door de voornamen (klemtoon op de eerste lettergreep, dus) die ouders aan hun kinderen geven. Tot op het einde van mijn carrière moesten mijn leerlingen “first name first” schrijven. VOOR-naam, ja? Ik vertelde hen dat de familienaam duidde tot welke clan ze behoorden en dat hun voornaam hen een unieke plaats gaf, een identiteit. Wij zijn de enige plek ter wereld waar men zich fichebak-gewijs voorstelt met de familienaam. “Ik ben Vanachterstand Keanu, woonachtig te Waregem en gehuwd met Voorspringers Anastacia.”
Nadat ik vlotjes uit mijn moeder werd geperst (ruim 4 kilo, 3 kilo brains) noemden mijn ouders mij dus Geert. Pas op, het was toen nog gebruikelijk boelekes te benamen met grootvader’s first name.
Voor hetzelfde geld heette ik Gust of Fonske! Mijn ouders maakten een revolutionaire keuze! In de ruime regio die later 11 dorpen zou omvatten was er nog één andere die zo heette. En hij werd mijn beste speelkameraad.  De rest van mijn speelkameraadjes heetten toen Marc, Marc, Marc, Luc, Luc, Paul, Maurice, René, Willy, oela een François (ze spraken daar Frans), André, Rudy… Die namen worden nu niet meer gekozen. Geert ook niet…
Desalniettemin (dat is toch smullen hé, dat woord) de Romeinen namen aan dat een voornaam ook een voorteken betekende voor het leven van de pasgeborene. Nomen est omen.
Tja, Geert komt van het Germaanse ger-hard, ik kan er ook niet aan doen. Dat betekent: dapper met de speer. Kortom, 4 kinderen, dus.
Ooit had ik leerlingen met wondermooie edoch belastende voornamen. Een jongen die Wendy heette (ik zou mijn ouders een proces aandoen) die intussen aan een prachtige carrière bezig is. Een meisje dat Jamaica heette, pa fan van Bob Marley, maar zij die zelf reggae haatte. Een jongen die Shailesh heette en niet wist wat zijn naam betekent: uit het Sanskriet: koning van de Berg! En nu wil ik zelfs niet vermelden dat Yana het native american woord is voor vagina…

Toen ik een jongske was en nog even later kwamen dames bij ons het huishouden doen. “Dienen” noemden ze dat toen. Zo iemand werd toen een “meisen” genoemd. Ik vraag mij nog steeds af of hun voornamen hen niet doemden tot een dienende functie. Lena (vlagje van het schietkraam achteraan de fiets met Paul Anka op), Georgine (met de fiets dagelijks uit Grammene naar Deurle), Rita, Mariette, Bea, Blanche… En ik ben er misschien een paar vergeten. Maar weet ge wat? Ik ben ze allemaal nog zeer dankbaar, zeer mooie souvenirs!

maandag 1 juli 2013

DEREK DOET TINGELING



Dank u, postbode! In plaats van de obligate facturen bracht gij mij de nieuwe CD van Derek en Rony Verbiest: “Tingeling”.

Het heeft hem vele omzwervingen gekost, Derek. Menigvoud vond hij zichzelf weer uit. Rock, Americana en Dylan, Franse liederen… Derek heeft uiteindelijk zichzelf gevonden.
Wat een wonderlijk mooie CD. 

De teksten van Derek refereren aan grote kunstenaars. Wie “gij zijt” gebruikt in plaats van “jij bent” hoort thuis in een grote traditie. Soms doen zijn teksten mij denken aan een barokke Claus, veel stafrijmen, of: “buig ik voor het wonder van het zijn”. Of ja, taferelen van schilders zoals Permeke. Sombere landschappen, donkere beelden. Soms zijn het de kleine observaties van Herman De Coninck. “Ik kan ook luisteren als ze zwijgt”.

Bij iedere lettergreep, iedere ademtocht, is er de zo gemeende passie. “Je ziel die zingt”, dat is Derek. Erudiet en belezen is hij ook. Ik ken geen andere liedjes waar iemand over Pessoa of Céline zingt. En vroeger reeds over Reve. Nooit platitudes, geen materiaal voor “10 om te zien”.  Zuivere onbedorven hartstocht.

En dan is er ook Rony Verbiest met zijn accordeon. Een accordeon godbetert! Het meest onhippe instrument aller tijden. Laat ons de melodica en de blokfluit even buiten beschouwing laten. Welnu, betoverend is de osmose tussen deze twee rasartiesten. Rony vindt steeds weer zijn plaats als illustrator, omkaderaar van deze prachtige songs. Nooit is hij opdringerig aanwezig, terwijl hij moeiteloos zweeft tussen Astor Piazzola en Yvette Horner. 

Een meesterlijke CD, een verborgen parel.

vrijdag 7 juni 2013

Klein Gijzel



Het houdt maar niet op. Uitnodigingen allerhande voor “afscheid”, “viering”. Blijkbaar onafscheidelijk verbonden met: pensioen.
Sinds 1975 was ik een welkome gast in Het Onderwijs. Ik had toen nog haar, ik bedoel op mijn schedel, maar toch ook al op mijn tanden hoor.  Parka’tje, Palestijnensjaalke. Een idealistje die het onderwijs eens ging veranderen, dus. Hmm. Steno en dactylo, Handelscorrespondentie Nederlands en Frans, niet echt de vakken waarin ik de gevestigde structuren op hun grondvesten deed schudden.
Maar! Mijn grote mentor EH Dierickx die me uit een diep dal het onderwijs insleepte prentte mij in: Geertje, ge moet streng zijn, maar ge moet uw gastjes graag zien. Geef toe, een moeilijke spagaat: ge ziet hem graag en hij is gebuisd voor Franse Corr., toen nog een buisvak.
Welnu, sindsdien heb ik niemand ooit nog gebuisd. En dat was niet moeilijk hoor. Ik begon te luisteren naar mijn leerlingen EN zij naar mij. Tijdens de lessen konden we toen die tijd nemen. Hun leven in het weekend, mijn liefde voor muziek. En zie, ze studeerden voor mijn vakskes, want wij zagen elkander graag.
En dat brengt mij terug tot al die vieringen en afscheiden. Wie mij een beetje kent weet dat dit totaal niet aan mij is besteed. Ik denk dat ik met zowat al mijn collega’s op een heel goede manier heb kunnen samenwerken. Zij het in Sint-Vincentius of voorheen in het College.
Kan een leraar mooier gehuldigd worden dan door oud-leerlingen? Zijn zij het niet die je vertellen of je leraarschap enige betekenis had?
Welnu, mijn oud-leerlingen vervullen mij met vreugde. Dat ze mij omarmen, vragen hoe het gaat, alles nog steeds vertellen. Da’s pas een viering.
Die sloebers van destijds hun verhaal mogen horen. Zo waren wij onlangs in een herberg Klein Gijzel genaamd. Uitbater: een lieve sloeber die destijds zijn zesde moest overdoen.
Wij maakten mee: een uitbater die zo lief was om vantijds eens met ons te praten, maar die het heel druk had. Maar telkens weer terugkwam met liefde.  Een kerel uit één stuk die initiatief durfde te nemen. En het ziet er goed uit,  daar in Gijzenzele!

dinsdag 19 maart 2013

Doping...


Mag ik eerlijk zijn? Die “bekentenissen” en “onthullingen” over doping in de wielersport hangen mij de keel uit.

Ik ben een wielerliefhebber, en ik heb nog nergens iets vernomen wat ik niet allang wist.

Sinds mensenheugenis zoeken wielrenners naar middelen om hun prestaties te verbeteren. Van een Trappist met een ei (den Briek) tot champagne en paardenspuiten (Freddy). Dit heeft mij nooit belet om te genieten van een schone koers. Trouwens, ik ben er zeker van dat er ook nu spitstechnologie gebruikt wordt om renners te doperen. So what? Mag ik niet meer genieten?

Wie spreekt er over American Football, de NBA, de tennis, het langlaufen… Allemaal prachtig om te bekijken. Mag ik niet meer genieten?

Beatles, Stones, Jimi, Janis, Clapton en duizenden anderen waren gedopeerd, bezorgden de mensheid onvergetelijke nog steeds durende momenten. Geschorst moeten ze worden, die gasten. Al hun nummer één hits verwijderen! Al die royalties terug storten! En ik mag dan ook niet meer genieten.

Sherlock Holmes zat aan de opium. Verbranden die boeken! Gedaan met genieten.
Rimbaud, Van Gogh, Edgar Allan Poe, Baudelaire, Jean Cocteau, Stephen King, Philip K. Dick, Huxley, William S. Burroughs, Jack Kerouac… Allemaal gedopeerd. Burn ‘m. Gedaan met genieten.

Het is des mensen om zichzelf boven de eigen beperkingen te tillen. Elk doet dit op eigen risico, maar wil vooral excelleren.

Niets nieuws dus. Maar ik zal blijven genieten.

dinsdag 5 maart 2013

De Koe


Af en toe besluipt mij een mijmering naar het bucolische leven.
Alleen al het aanzicht van mijn linkervoet geeft mij reminiscenties aan een Vlaamsche Biet.
In dit stukje wil ik het opnemen voor de koe. Deze herbivoor wordt tegenwoordig zwaar in diskrediet gebracht door het edele dier, Het Paard, wier stoffelijke overschotten tegenwoordig geheel illegaal in een prefab-maaltijd worden aangebracht.
Allereerst moet ik iets duidelijk maken. Een paard is niet meer van adelstand dan een koe.
OK, ik zie nog niet direct een koe deelnemen aan Waregem-Koerse. Waarom ook? Een verstandige koe zal gezapig grazen aan de zich voordoende hindernissen en zal zich rustig laven aan de Gaverbeek. Die paarden, die laten zich afjakkeren, riskeren lijf en leden, smijten zich en krijgen met de zweep. Dutsen!  Een koe zou zich dit niet laten welgevallen, hoor. Een paard is een slaaf.
Begeef u eens door de Vlaamsche weiden. Ge passeert een meers vol paarden. Wat doen ze? Wegstuiven tallenkant! “Dju, we gaan hier toch niet weer moeten koersen zeker?” zie je ze wanhopig denken.
Dan een weide vol koeien. Ze komen af, koesteren u, doen een loeiende babbel. Kurieuzeneuzen. Ze willen alles gezien hebben. “Hoe zit het met de laatste roddels?”
Een koe is een slimme beeste, kent de eigen naam. Ik heb een paar koeien ontmoet, en wellicht van hun heerlijk vlees gegeten. Maar meer en meer denk ik erover na…

zondag 3 maart 2013

DE AVONDEN (in de Rekkelinge)


Ik moet het toegeven, als Waregem-immigrant, cultuur krijgt stilaan vaste voet in Deinze. Stadsdichter Martin Carrette, Cultuurschok, VTBKultuur, Letters & Co, …, Deinze komt tot leven. Wat zeg ik, Deinze Leeft!

Twee wonderbaarlijke avonden mochten we beleven.
Dankzij Cultuurschok hadden we het voorrecht op vrijdag een concert van Derek en vrienden mee te maken. En wat voor vrienden had Derek meegebracht. Het puikje van muzikanten die zelden of nooit de pers halen, maar o zo briljant zijn. De weergaloze Rony Verbiest, die tovert op de accordeon of saxofoon, die tussen elke muzieklijn op subtiele wijze zijn plekje vindt. De Danny Federici van Vlaanderen. Mario Vermandel met de contrabas, bescheiden doch steeds aanwezig, stevige ruggengraat samen met de formidabele percussie van Cesar Janssens. En Hans met de gitaar schudt daar eventjes verbluffende solo’s uit zijn mouw als het nodig is, begeleidt discreet de liedjes van Derek.

Derek, dus. Voor vele bezoekers van De Rekkelinge een absolute openbaring. Zijn liedjes hebben pakkende teksten, soms geestig, nooit kwetsend. Ik denk dat ik zijn songs kan omschrijven met “Weemoed”. Vriendschappen die komen en gaan, de liefde altijd weer de liefde, maar ook het simpele avondlijke genieten van het ruisen van de natuur.
Derek is ook een geweldige performer. Zijn expressieve smoel zweeft tussen een brede lach, intense smart, en weer terug. Zijn drie meter lange lijf (zo lijkt het) plooit zich in zeven kreukels door de passie die zijn muziek brengt. We zagen vijf muzikanten waar het genot van samen muziek maken gewoon afspat, en het publiek gaat daar moeiteloos in mee. Voor mij is Derek intussen een goede kameraad, voor velen eindelijk een ontdekking. Oh by the way (bisnummer, Derek & The Dirt), mijne favoriet is: “Aan het graf van Gerard Reve”

En toen, op een schimmige manier, was het plots zaterdag. “Oela”, was mijn zowat eerste gedachte, “Vanavond Piv Huvluv en Steve Wynn”. Jawel, in De Rekkelinge, lieve lezer. Wat een luxe voor Deinze. Merci, vtbKultuur.

Wat kan ik nog zeggen over de geestigste mens van de Vlaanders? Een snipverkouden Piv kon ons weer tranen doen lachen. Frederic Camargue, the Crazy Horse, deed ons rocken in The Free World, Boney M zal nooit meer hetzelfde klinken sinds Piv op overtuigende wijze de dance-moves van Bobby Farrell bracht.
Wat te zeggen over Steve Wynn? Om te beginnen een schat van een bescheiden mens. Zalige babbel achteraf. Vergeet het niet, Steve is wereldberoemd, weliswaar overal in beperkte kring. Een punk-cult-held. Ik genoot enorm van zijn songs. Toen ik hem zei dat ik in feite andere muziek van hem had verwacht, The Dream Syndicate hé mensen, zei hij: “Komaan, ik moet hier nu niet meer de punker gaan uithangen. Dit is nu de muziek waar ik me in uitleef.” Pas op, lieve mensen, zijn teksten hebben nog steeds edgy randjes. Het was wreed schoon, maar...

Eigenlijk was er vooral één magisch moment. Bruno Deneckere en Derek waren special guests. Reeds bij de eerste akkoorden zag je de mensen naar elkaar kijken met verbaasde blik. “Amai, wat is me dat hier zeg” De magie tussen die twee, de perfecte harmonie tussen die twee machtig mooie stemmen! Wat een schande dat ze in feite zo weinig bekend zijn bij het grote publiek.

Het einde van de avond was geniaal. Piv, Steve, Bruno en Derek die in herhaling Bamboo Jack van Will Tura brachten. Mijn geheime lol was: diene Steve, die weet totaal niet wat die andere gasten op zgn ernstige wijze (behalve Bruno) aan het zingen zijn. Achteraf zei Steve tegen mij: “Hey, it’s music AND fun” Een unieke formule, geweldig geslaagd!